We leven in een maatschappij dat geobsedeerd is door gewicht, gezondheid en uiterlijk; 80% van de vrouwen baalt van haar lichaam en 90% van de vrouwen heeft ooit al eens op dieet gestaan.

In onze Westerse cultuur ligt er een stigma op dik zijn. Het lijkt wel het ergste wat je kan overkomen. Want dik zijn is hetzelfde als onaantrekkelijk, ongezond, lui en zelfs zwak en minder intelligent. Dat is natuurlijk allemaal niet waar, maar stigma’s zitten vaak heel diep en stigmatiseren doen we vaak onbewust. Het leidt tot angst om aan te komen, wat weer de druk verhoogt om aan de lijn te gaan. Het leidt ook tot een slecht lichaamsbeeld.

Hoe je jezelf ziet is hangt af van:

  • je reële lichaamsbeeld:  het beeld dat je van je zelf krijgt als je in de spiegel kijkt;
  • je ideale lichaamsbeeld: het lichaam dat je zou willen hebben en dat niet in de spiegel te vinden is, maar dat in je hoofd en in je dromen zit. Het is wel zo dat je dit beeld als een mogelijke toekomstige realiteit ziet en dat dit ideaal je huidige lichaamsbeeld kan beïnvloeden.

En daar wringt het schoentje. Vele vrouwen willen voldoen aan het onrealistische schoonheidsideaal dat onze Westerse maatschappij gecreëerd heeft; jong, dun en wit. Ze gaan op talloze diëten, smeren crèmepjes, laten plastische chirurgie doen, …

Het lijkt niet uit te maken wat mensen wegen of hoeveel gewicht ze verliezen, het is zelden goed genoeg of bevredigend. Er is altijd iets anders dat kan of moet worden veranderd. Zorgen over het lichaam of gewicht kunnen voor velen veranderen in een constante bezigheid. Spijtig genoeg is dat herkenbaar voor vrouwen in alle vormen en maten.